HISTORIEK

HISTORIEK

Judoclub Zele is een traditierijke club waar zowel competitieve als recreatieve judoka’s zich kunnen uitleven en de technieken van de Japanse verdedigingssport onder de knie kunnen krijgen. De trainingen van Judoclub Zele vinden plaats in de sporthal VHVD in de Lange Akker en zijn aangepast aan drie verschillende groepen: kinderen van 6 tot 12 jaar, (jong)volwassenen vanaf 13 jaar en recreanten.

FILOSOFIE VAN JUDO

A. Geschiedenis en evolutie van het kodokan-judo

Elk volk, hoe ontwikkeld of primitief ook, heeft steeds een vorm van krachtuiting gekend. In functie van zijn leefsituatie diende deze krachtuiting als nut of noodzaak of anderzijds als ontspanning of vermaak. Judo, een moderne tweekampsport, heeft als voorloper de Japanse verdedigingkunst of jujutsu gehad.

 

B. Filosofie van het judo

Zoals in de historiek steeds aangehaald, is de stam van het judo het jujutsu. Het doel van het jujutsu was zuiver resultaat halen om zo in een gevecht de overwinning te behalen.

Jigoro Kano had wel een andere filosofie over de sport die hij creëerde uit het jujutsu. Voor hem was het een fysieke en geestelijke training waar het resultaat ook belangrijk was maar waar enorm respekt voor de tegenstander noodzakelijk was. De training bestond uit een spel van aanval en verdediging met een verantwoordelijkheid ten opzichte van de oefenpartner, zodat de betekenis “zachte weg” de waarheid bleef. Deze filosofie kwam in 1922 tot ontplooiing met de spreueken: jita kyoei (onderlinge weldaad) en seiryoku zen’yo (maximum resultaat)

In zijn onderrichtingen schreef meester Kano: “Judo is het principe van het meest nuttige gebruik van lichaam en geest. Judo beoefenen betekent dus: geest en lichaam ontwikkelen door het spel van aanval en verdediging om zo zichzelf te vervolmaken tot een harmonisch mens en daardoor bij te dragen tot de voorspoed van alle mensen

1. Doel van het judo: jita kyoei
Uit deze spreuk leiden we doel van het judo af. Door training met de mens bewust gemaakt worden de medemens te respecteren, enerzijds door zichzelf geestelijk en lichamelijk te ontwikkelen en anderzijds door te helpen aan de ontwikkeling van de partner of medemens.

Het doel van het judo is dus: door eigen vervolmaking bijdragen tot de vervolmaking van de gemeenschap. Jita kyoei: voorspoed en algemeen welzijn.

2. Het middel: seiryoku zen’yo
Om een doel te bereiken moet er een middel zijn. Dat middel zit vervat in de spreuk. Seiryoku zen’yo: “maximum doeltreffendheid bij een minimum inspanning”. In het spel van aanval en verdediging is elke weg niet de juiste. Met een kleine inspanning moet een groot resultaat bekomen worden. Dit vraagt een goede afspraak tussen de leden van de groep, toegeven en meegeven zullen dus noodzakelijk zijn. Door te oefenen wordt het lichaam ontwikkeld, maar om een maximum resultaat te bekomen moet men denken en zo dus de geest ontwikkelen. Ju betekent meegeven, ontwijken of soepelheid. Het gebruik van kracht moet dus gezien worden in functie van het resultaat. Eenvoudig: iemand die duwt wordt door een tractie uit evenwicht gehaald en alzo met minder gebruik van kracht overwonnen.

 

Bron: Cursus initiator judo, Brussel, 1987, VTS-BLOSO
De Geyter J.; Heylen J.; Veulemans E.